Seneca 2006-congres
14 en 15 september
Château St. Gerlach in Limburg


De bal ligt bij de patiënt
Hoe kunnen zorgverzekeraars het vertrouwen winnen van de burger? Is er voldoende competitie tussen aanbieders? Hoe lang blijft het Budgettair Kader Zorg gehandhaafd? Deze en meer vragen passeren de revue tijdens het Seneca 2006-congres dat 14 en 15 september is gehouden in Château St. Gerlach in Limburg.

Gewild of ongewild, directeur Jan Kiemel van het Slotervaart Ziekenhuis illustreert in zijn presentatie tijdens Seneca 2006 nog eens de makke van het aanbodgestuurde zorgstelsel. Want hoe bestaat het dat het Slotervaart Ziekenhuis, inmiddels verkocht aan Meromi Holding B.V., bijna dertig jaar geen sluitende exploitatie kende en in 2005 een belastingschuld had van tien miljoen euro? Het gebrek aan de corrigerende werking van de markt wordt hier wel heel schrijnend zichtbaar.
Dan stemt het toekomstbeeld dat directeur Wim de Bie schetst aan de hand van 'zijn' Sint Maartenskliniek toch een stuk hoopvoller. De Sint Maartenskliniek experimenteert al twee jaar met marktwerking en dat leidt tot lagere kosten en een meer klantgerichte benadering. Verderop in dit verslag leest u daar meer over. Ook de presentaties over Parnassia Psycho Medisch Centrum (door Stephan Valk), Franciscus Ziekenhuis Roosendaal (door Hans Kevenaar) en Zorggroep Noord Limburg (door Trees Hogema) voeden het geloof in een betere toekomst. Want, zo blijkt uit genoemde best practices, ondernemerschap in de zorg leidt al snel tot meer maatwerk en meer tevreden patiënten. Daarvoor zullen bestuurders hun verantwoordelijkheid moeten nemen, onderstreept werkgroep Het Talent, die op grond van telefonische enquêtes en bedrijfsonderzoeken Inez Sales van Carint tot beste bestuurder uitroept vanwege de passie die zij aan de dag legt in haar dagelijks werk. De boodschap is helder: een betere gezondheidszorg begint bij de bestuurder zelf.

Budgettair zorgkader

Maar meer marktwerking draagt uiteraard óók bij aan de vooruitgang, zo is de algemene gedachte. Alleen functioneert de gezondheidszorg vandaag de dag nog niet volledig als markt. De overheid heeft nog altijd een sturende rol, en als het aan Louise Gunning ligt dan blijft dat zo. Tenminste, voor wat betreft het basispakket. De voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC zet de discussie al aan het begin van het congres op scherp. “Een Budgettair Kader Zorg (BKZ) zal er altijd blijven. Ik denk dat we dit kader met een redelijke groei moeten accepteren en ons daarna afvragen hoe marktwerking ons zou kunnen helpen om betere waar voor ons geld te krijgen. We gaan gelukkig al de goede kant op. Er zijn nagenoeg geen wachtlijsten meer, het volume is gestegen en de variatie binnen het zorgaanbod is toegenomen.”



Gunning heeft drie aanbevelingen voor een volgend kabinet:

  1. “Zorg voor een competititie-element op kwaliteit door grotere transparantie op 'outcome', ofwel het eindresultaat. Iedereen wil namelijk de beste zijn.
  2. Accepteer het BKZ voor het basispakket en gun groei in capaciteit en/of budget aan diegene die zichtbaar de beste zorg biedt.
  3. Bouw echte concurrentie in bij díe onderdelen van de zorg waar ook echt iets te kiezen valt. Bijvoorbeeld chronische zorg, ouderenzorg en electieve zorg.”

Frank de Grave, voorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit, die vanaf 1 januari 2007 niet meer in oprichting is, valt Gunning bij in haar pleidooi om marktwerking niet als doel maar als middel te zien. “Waar het om gaat is dat we het rendement in prijs en kwaliteit van de zorgeuro vergroten”, zegt hij. Anders dan Gunning hoopt De Grave het BKZ binnen afzienbare tijd los te kunnen laten. “Alleen dan kan de markt zich echt ontwikkelen.”

Sterke onderhandelingspositie
Daar is het nu echter nog te vroeg voor, vervolgt de oud-politicus. “Uit ons rapport over het B-segment blijkt dat er weliswaar diverse positieve ontwikkelingen gaande zijn op de markt, maar ook dat er nog niet voldaan wordt aan de condities voor vrije marktwerking in de ziekenhuiszorg. De kwaliteit is nog onvoldoende transparant en de betaalbaarheid is praktisch niet beter geworden. Prijzen zijn nominaal met 0,5 gestegen en reëel gedaald met 0,6 procent.”
De toegankelijkheid van de markt is wel goed. Bijna alle verzekeraars hebben met vrijwel alle ziekenhuizen contracten afgesloten. Dat is volgens De Grave leuk voor de consument maar het zegt tegelijkertijd veel over de onevenwichtigheid die de zorgmarkt nog altijd kenmerkt. “Omdat de patiënt nog geen onderscheid maakt tussen aanbieders en overal wil worden geholpen, kan de verzekeraar geen streng selectiebeleid toepassen. Dat geeft ziekenhuizen vooralsnog een sterkere onderhandelingspositie dan verzekeraars.”

4-0-achterstand
Boudewijn Dessing van de VGZ-IZA Groep onderschrijft dit. “Marktwerking komt nooit van de grond zolang de zorgconsument meer vertrouwen heeft in de zorgaanbieder dan in de zorgverzekeraar. En dat is vandaag de dag helaas nog steeds het geval. Ik sta op een onoverbrugbare 4-0-achterstand.

Gevoed door de lobby van aanbieders denken mensen dat wij slechts selectief willen zijn in het contracteren van zorgaanbieders om onze eigen zak te spekken. Dat beeld moet ik zien te doorbreken, anders is het stelsel verloren. Alleen scherp inkopen en het rapporteren over prestaties van aanbieders heeft tot nu toe niet geholpen. De consument vertrouwt ons nu eenmaal niet voldoende. Daarom hoop ik dat patiënten- en consumentenorganisaties zich meer gaan roeren. Zij worden als objectieve instanties gezien door de burger. Pas als dergelijke organisaties aangeven dat consumenten beter naar zorgaanbieder A dan naar zorgaanbieder B kunnen gaan, worden burgers gemobiliseerd.”

Niet te lang wachten
Directeur Chiel Huffmeijer van het HagaZiekenhuis heeft desondanks geen medelijden met de zorgverzekeraar. Reagerend op Dessing: “Jullie hebben deskundigheid en slagkracht genoeg om scherp in te kopen en het vertrouwen van consumenten te winnen.

Mijn vraag aan Frank de Grave is echter hoe lang de huidige overgangsperiode naar een volledig vrije markt duurt. Een, twee of drie kabinetsperioden? Volgens mij moeten we er niet te lang over doen. Aanbieders of sectoren die het nu goed doen, worden daar namelijk niet voor beloond. Sterker nog: je ziet regio's waar scherp wordt onderhandeld tussen aanbieders en zorgverzekeraars waarna ze als dank gekort worden door de overheid omdat het landelijk huishoudboekje anders is. Dat is verre van stimulerend.”
De Grave beaamt dat dit moet worden voorkomen maar kan tot zijn spijt niet zeggen wanneer de markt helemaal wordt vrijgegeven. “Zoals gezegd: de balans op de markt ontbreekt nog. Omdat de consument nog niet kritisch genoeg is, contracteert de zorgverzekeraar al het aanbod. Daardoor worden aanbieders niet geprikkeld de concurrentie met elkaar aan te gaan. Ja, er is beweging in de markt maar verzekeraars zullen mensen meer moeten helpen in de keuze voor een aanbieder. Pas dan treedt het marktmechanisme echt in werking.”

IZZ meet veranderbereidheid bij consument
Uit de presentatie van Bert Koeneman, voorzitter IZZ, blijkt dat consumenten de zorgverzekeraar kritisch volgen. Afgelopen jaar is ongeveer 25 procent van de bevolking geswitcht van verzekeraar, zo blijkt uit IZZ-onderzoek. Factoren die meespelen bij de keuze voor een verzekeraar zijn: prijs, kwaliteit, service, publiciteit en collectief aanbod. Prijs is hierbij niet de doorslaggevende factor geweest, aldus Koeneman. Kwaliteit en service wel. “Verzekerden kijken naar de polis, naar hoe ze te woord worden gestaan en of de schadenota op tijd is of niet.”
Ook collectiviteiten hebben grote invloed gehad op de veranderbereidheid van de consument, beaamt Koeneman. Maar de bereidheid tot overstappen wordt volgens de IZZ-voorzitter beïnvloed door dieperliggende factoren, namelijk: leeftijd, kennis van het stelsel, de duur van de huidige verzekering, het hebben van kinderen, en de tevredenheid over het nieuwe zorgstelsel. “De jonge man die kennis heeft van het nieuwe stelsel en hier tevreden mee is, die geen kinderen heeft en kort bij zijn huidige verzekeraar zit, die jongeman switcht vrij gemakkelijk van verzekeraar”, aldus Koeneman. “Maar om het marktmechanisme te stimuleren moeten we een grotere groep mobiliseren. Verzekeraars zullen daarom meer aandacht moeten besteden aan het kennisniveau van de consument, en hem of haar met duidelijke informatie tevreden stellen.”

terug naar boven


Kwaliteit zorg stijgt in Sint Maartenskliniek dankzij DBC

De invoering van marktwerking leidt tot lagere kosten en een meer klantgerichte benadering, zo blijkt uit de presentatie van Wim de Bie, directeur van de Sint Maartenskliniek. Dit ziekenhuis heeft nu bijna twee jaar een experimentstatus voor de toepassing van de DBC-bekostigingssystematiek.

De omzet van de Sint Maartenskliniek (ongeveer honderd miljoen euro per jaar) bestaat volledig uit opbrengsten van producten waarvan de prijs en kwaliteit zijn vastgesteld in vrije onderhandeling met de zorgverzekeraar. De Bie is op grond van de eerste ervaringen een warm voorstander van de marktgerichte bekostigingssystematiek. “Door de invoering van de DBC's hebben wij namelijk niet alleen zicht gekregen op de kosten van de verschillende behandelingen maar ook op de procesgang van de patiënt met een bepaalde aandoening. We kunnen hierdoor goed zien waar we efficiënter kunnen werken en passen zonodig de behandelprotocollen aan. Bijkomend voordeel is dat we verlost zijn van een hoop onzinnige regels. We hebben de ruimte om te ondernemen, om producten te ontwikkelen die beter voldoen aan de behoeften van patiënten.”

Effectieve tijd
Om de vooruitgang te illustreren zoomt De Bie in op het revalidatiecentrum van de Sint Maartenskliniek waar overigens de budgetteringregels het meest rigide waren. “Neem het voorbeeld van de intensieve motorische behandeling van patiënten met hersenletsel na een CVA. In de oude bekostigingssystematiek was aan elke verpleegdag een vergoeding van maximaal anderhalf uur therapietijd gekoppeld. Anderhalf uur effectieve tijd en de rest van de dag bezette de patiënt een kostbare plek in het revalidatiecentrum terwijl er niets gebeurde. En dan te bedenken dat zo'n behandeling gemiddeld tussen de drie en vier maanden duurt. In de nieuwe systematiek met DBC's krijgt het revalidatiecentrum betaald voor een totaal behandeltraject waardoor het mogelijk wordt de behandeling te intensiveren. Dat is meestal zeer gewenst na hersenletsel omdat de kans op herstel door training in de eerste weken het grootste is. In plaats van anderhalf uur therapie per dag krijgt de patiënt nu in de eerste weken zes tot acht uur therapie per dag. Hierdoor revalideert de patiënt sneller en is de opnameduur aanzienlijk korter. Daarmee voorkomen we dat deze vaak oudere patiënten te lang van huis blijven, heimwee krijgen, en ontworteld raken.”

Dalende kosten

De uitkomsten van een eerste vergelijkend onderzoek tussen een groep patiënten die met deze nieuwe methodiek zijn behandeld en een groep die het klassieke programma doorliepen laten volgens De Bie indrukwekkende resultaten zien. “De behandelingsresultaten zijn gemeten naar objectieve criteria, net zo goed. Maar de behandeltijd is met meer dan de helft teruggebracht. De patiënten zijn tevreden en de kosten van de behandeling zijn lager dan voorheen. Gelet op de exploitatieresultaten is over de hele linie, ook bij het snijdend specialisme, sprake van kostprijsverlaging en dus efficiëntere zorg. Wij verwachten dan ook dat we in 2007 de tarieven verder verlagen.”

Inspirerende ervaringen

Gelet op de ervaringen van De Bie is het niet verrassend dat hij zich aansluit bij de inhoud van de brief die minister Hoogervorst 4 september aan de Tweede Kamer stuurde. Hoogervorst gaf hierin aan dat hij voorstander is van een integrale invoering van de DBC-systematiek per 1 januari 2008. “Ik juich dat van harte toe”, benadrukt De Bie. En: “ik hoop dat de ervaringen in de Sint Maartenskliniek ertoe bijdragen dat meer ziekenhuizen en beleidsmakers hun koudwatervrees laten varen. Ondernemen in de zorg stimuleert. Het zorgt voor vernieuwing. Daar varen zowel patiënt als het ziekenhuis wel bij.”

terug naar boven


“AWBZ wordt niet onbetaalbaar”
“Het belang van langdurige zorg in onze samenleving zal de komende decennia alleen maar toenemen. Zijn we daar klaar voor?” Plaatsvervangend Directeur-generaal Maatschappelijke Zorg Arnold Moerkamp van VWS neemt tijdens Seneca 2006 het AWBZ-stelsel onder de loep en komt tot een interessante conclusie.

Zijn tegendraadse gedachte verwoordt Arnold Moerkamp al in een van de eerste zinnen van zijn presentatie: “Ik geloof niet dat de AWBZ-zorg door de vergrijzing onbetaalbaar wordt. Dit ten eerste omdat Nederland minder vergrijst dan algemeen wordt aangenomen. Over 25 jaar is 22,5 procent van de bevolking 65-plus en is er sprake van een normale demografische verdeling in de samenleving. Een kwart van de bevolking is jong, een kwart is oud en de helft zit er tussen in.”
Dat neemt niet weg dat er wat verandert in de gezondheidszorg, beaamt Moerkamp. “Het aantal aandoeningen stijgt sterk de komende decennia. Afgaand op onderzoek van het RIVM zullen hart en vaatziekten, kanker, diabetes en reumatische aandoeningen in 2030 40 tot 45 procent vaker voorkomen dan nu. Het aantal gevallen van dementie zal zelfs toenemen met 68 procent. Als je deze ziekten op een rij zet, dan denk ik dat het gebruikelijke onderscheid tussen de kolommen cure en care op termijn verdampt. Misschien moeten we langzaam maar zeker gaan wennen aan een andere ordening. Een meer horizontale verdeling. Bijvoorbeeld sociale en medische preventie uit te voeren op het lokale niveau, eerstelijns zorg schakelend tussen het lokale en het regionale landelijke niveau en tweede lijnszorg op het regionale/landelijke niveau.”

Economische groei
En toch gelooft Moerkamp niet dat langdurige zorg op grond van deze ontwikkelingen onbetaalbaar wordt. Hij rekent voor: “We geven nu ongeveer 10 procent van het BBP uit aan de gezondheidszorg. Welk deel van de koek we in de toekomst zullen uitgeven, is in de eerste plaats afhankelijk van de groei van de koek zelf en van de mate waarin we erin zullen slagen om de productiviteit in de gezondheidssector te verhogen. Afgaand op het CPB groeit de economie met 1.75 procent per jaar en groeit de productiviteit met een kwart procent per jaar. Trekken we die lijn door dan komen we in 2030 uiteindelijk uit op uitgaven aan gezondheidszorg die 23 tot 24 procent van het BBP bedragen. Als de groei tegenvalt, komen we uit op ongeveer 30 procent. Zit de groei mee en gaan we uit van het gemiddelde van de afgelopen decennia dan komen we zelfs in de buurt van 16 procent. Maar echt interessant wordt het als we extra productiviteitsontwikkeling inboeken. Want realiseren we een economische groei van 2,5 procent en een productiviteitsontwikkeling van 0,75 procent per jaar, dan bedraagt het aandeel gezondheidszorg straks 12 tot 13 procent van het BBP. Dat lijkt me zeer wel te dragen.”

Arbeidsintensieve sector
Moerkamp is er van overtuigd dat dit gaat gebeuren. “Daar is een simpele verklaring voor. We zijn een zeer arbeidsintensieve sector. De kosten zijn grotendeels arbeidskosten. En afgaand op de demografische ontwikkelingen die ik eerder aangaf, hebben we de komende decennia gewoon niet genoeg arbeidskrachten om het geld aan te spenderen. De budgetbeheersing loopt straks via de beperkingen van de arbeidsmarkt.
Blijven we de zorg organiseren als nu dan hebben we straks 40 tot 50 procent meer mensen nodig. Als we niets doen om de arbeidsparticipatie te verhogen dan blijven we gewoon met dat gat zitten. En denk niet dat we het personeel uit het buitenland kunnen halen, want die zitten met hetzelfde probleem. We zullen het zelf moeten doen. Maar ook al verhogen we de arbeidsparticipatie, dan nog kunnen we hooguit een derde tot de helft van het tekort overbruggen. Conclusie: we hebben een groter deel van de beroepsbevolking nodig.”

40-urige werkweek
“Nu werkt ongeveer 13 procent in de gezondheidszorg”, vervolgt Moerkamp zijn betoog. “Als we blijven steken op 70 procent arbeidsparticipatie dan hebben we uiteindelijk ongeveer 22 procent van de beroepsbevolking nodig in de zorg. Maar stel nu dat we de arbeidsparticipatie opkrikken naar 85 procent (de Zweden zitten al boven de 80 procent). En dat we nu eens gewoon weer 40 uur per week gaan werken. En dat we de arbeid ook nog eens 0,75 procent per jaar productiever maken door processen anders in te richten. Als we dat allemaal voor elkaar krijgen dan kan de zorg straks uiteindelijk met ongeveer 14 procent van de beroepsbevolking toe. Dat lijkt mij een haalbaar perspectief. Laten we dus met zijn allen werken aan preventie (sociaal en medisch), aan arbeidsparticipatie en aan productiviteitsverbetering. Kortom: innoveer!”

Naar een doelmatige AWBZ
De AWBZ-zorg zit sinds jaar en dag in de hoek waar de klappen vallen. Geregeld sieren paginagrote artikelen over ondervoeding, wachtlijsten en verwaarloosde klachten de nieuwspagina's en de zaterdagbijlagen van toonaangevende landelijke dagbladen.
En zodra geprobeerd wordt de problemen op te lossen lijkt de kritiek alleen maar aan te zwellen, getuige de ophef over de 95 miljoen die Staatssecretaris Ross-van Dorp onlangs toevoegde aan de contracteerruimte van de AWBZ om knelpunten weg te nemen. Ross nam hiervoor de aanbeveling over van de Nederlandse Zorgautoriteit. Aanbieders in de markt twijfelen echter of 95 miljoen genoeg is en of het geld wel terechtkomt op de juiste plaats. Dat blijkt ook weer tijdens de discussie tussen de verschillende Seneca-deelnemers. Als gevolg van deze discussie, die landelijk deels via de media wordt uitgevochten, neemt bij de consument de twijfel toe over de doelmatigheid van de AWBZ-zorg.
Hoog tijd dus om iets te doen aan het huidige stelsel, zo concluderen Arnold Moerkamp en de Seneca-deelnemers. Ook omdat:

  • verzekeraars/zorgkantoren geen financiële prikkel hebben om scherp op prijs en kwaliteit in te kopen;
  • zorgaanbieders te weinig worden uitgedaagd om te innoveren en betere kwaliteit tegen lagere kosten te leveren;
  • de controle aan de poort gebeurt door een CIZ dat volop in transitie is van 81 regionale kantoren onder verantwoordelijkheid van gemeenten naar één centrale organisatie met decentrale loketten;
  • burgers in toenemende mate hun rechten claimen.
    Los van grote stelselwijzigingen zal VWS komende jaren in elk geval de volgende maatregelen nemen:
  • Per 2009 verdwijnen de zorgkantoren. De verantwoordelijkheden voor zorginkoop en zorgtoewijzing komen dan te liggen bij de verzekeraar zelf. “Weliswaar zal dan ook nog sprake zijn van risicoloze uitvoering maar het heeft in ieder geval als voordeel, dat de zorgplichtige verzekeraar voor de klant een gezicht heeft gekregen”, aldus Moerkamp.
  • Het budgetsysteem wordt afgeschaft ten gunste van outputpricing via zogenaamde zorgzwaartepakketten. Ook in de extramurale zorg. Volgens VWS biedt dit een positieve prikkel aan zorgaanbieders. Integrale tarieven voor het vastgoed moeten deze prikkel versterken.
  • Verdere professionalisering van het CIZ.
  • De cliënt tegemoet komen met een grote diversiteit, daadwerkelijke keuzeruimte en een bepalende stem. Het scheiden van wonen en zorg speelt hierbij een belangrijke rol.

Arnold Moerkamp verwijst ten slotte naar de rapporten die onlangs zijn uitgebracht over hoe de langdurige zorg het beste georganiseerd kan worden. “De rapporten van CVZ, RVZ, CPB en IBO hebben ieder hun eigen uitgangspunt en invalshoek, maar wat ze gemeen hebben is dat de horde van de WMO moeiteloos wordt genomen. Dit in schril contrast met de politieke en maatschappelijke discussie die hierover is gevoerd. En ondanks de verschillende invalshoeken gaan alle rapporten ervan uit dat de AWBZ zoals die nu is niet duurzaam is. Alle rapporten zoeken een weg naar de zorgverzekeringswet en de daarbij horende marktwerking als prikkel, en naar de WMO als lokale voorziening. De infrastructuur ligt er. Ik roep aanbieders op om deze structuur de komende jaren samen met ons in te vullen.”

terug naar boven

Deelnemers

Prof. G.J. Cerfontaine (voorzitter)
Schiphol Group

J.M. Bergs
De Vitalis Zorg Groep

W. De Bie
Sint Maartenskliniek

Mr. W.J.G. Blaauw
Zorggroep Noorderbreedte

Dr. M.G. Boekholdt
De Zonnehuisgroep

F. Brink
Stichting Philadelphia Zorg

Mevr. J.H.M. Deleersnijder
GSJ Lindenhout

L.A. van Eijk
Alysis Zorggroep

Drs. G.H.J. Huffmeijer
HagaZiekenhuis

L.F.J. Jansen
Orbis Medisch en Zorgconcern Sittard

R.J.M. de Jong
Pluryn Werkenrode Groep

J. Kiemel
Slotervaart Ziekenhuis

Drs. J.J.A.H. Klein Breteler
Stichting Zorginstellingen Pieter van Foreest

Mr. J.P.Th. van der Kruis
Dichterbij

Drs. P.J.J. de Kubber
Jeroen Bosch Ziekenhuis

D. van de Meeberg
Stichting Meavita Groep

Drs. W.A. van der Meeren
St. Elisabeth Ziekenhuis

Mr. drs. A.J. Modderkolk
De Open Ankh, stichting dienstverlening gezondheidszorg

J.R. Nieukerke
De Hoenderloo Groep

Drs. F.G.M. Rijnders
Zorggroep Noord-Limburg

W.H. de Weijer MHA
Evean Zorg

Mr. A.A. Westerlaken
‘s Heeren Loo Zorggroep

Mevr. drs. H.M.T. de Wit
GGZ Delfland

Drs. E. Zijlstra
Atrium Medisch Centrum

Congressprekers
Mevr. prof. dr. L.J. Gunning-Schepers
Voorzitter Raad van Bestuur AMC-UvA

C.L.J.M. Oostwegel
Propriétaire Fondateur Château-hotels en restaurants

Mr. F.H.G. de Grave
Voorzitter College
Tarieven Gezondheidszorg/
Zorgautoriteit i.o.

drs. ing. A.H.J. Moerkamp
plv. Directeur-generaal Maatschappelijke Zorg en
Directeur Langdurige Zorg, Ministerie van VWS

Mevr. T.E.M. Hogema
Regiodirecteur Zorggroep Noord-Limburg

Drs. J. Kevenaar
Lid Raad van Bestuur Franciscus Ziekenhuis

Gastdeelnemers
Hans Alders
Voorzitter bestuur PGGM, Commissaris der Koningin
van de provincie Groningen

Andrée van Es
GGZ Nederland

Wim van Harten
NKI-Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis

Werkgroep Het Talent
Drs. R. van de Beek
St. Philadelphia Zorg

Drs. A.A.B.D.M. van den Broek RA
Dichterbij

J.H.M. Hendriks MLD MBA
Alysis Zorggroep

Mevr. drs. M.J.G. Jacobs
Orbis Medisch en Zorgconcern

Drs. J. Kreuze
Parnassia Psycho-Medisch Centrum

Mevr. drs. G. Sijpkes MBA
’s HeerenLoo Zorggroep

Mevr. dr. M.J.A. Tasche
HagaZiekenhuis

Werkgroep New Generation
Mevr. drs. H.L.H.M. Darley MHS
Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis

Mevr. H.E.M. Sales MHA
Carint

S. Valk RA
Parnassia psycho-medisch centrum

Sponsoren/orgisatie

PGGM

Drs. H.J. van Essen

Ir. P.J.J. Schuurkes MBA

Ing. A.P.A.M. de Jong (projectleider)

Mevr. J. van Erp Albada Jelgersma

Mevr. L.D. Dalmeijer (organisatie)

IZZ

Mr. A.F. Koeneman

VGZ-IZA Groep

H. Wijnstekers

Ir. B.F. Dessing

Getronics/PinkRoccade

Mr. H. Bosma

W. Schenk

Axioma Communicatie
T.R. Hofhuis
E. Langerak (redacteur)

terug naar boven