Theo Camps

‘Van een spel van onmogelijkheden naar nieuwe mogelijkheden’

“’Besturen of bestuurd worden’ klinkt alsof ’t het één of het ander is. In de praktijk gaat het voornamelijk om medebestuur, om horizontale verhoudingen. In de zorg hebben we te maken met decentralisatie, met ‘samen besturen’. Kijk naar de inrichting van wijkteams. Die bestaan uit een aantal partijen waarbij de gemeente meestal de coördinerende partij is. Maar het werkt alleen in onderlinge afhankelijkheid en samenwerking. Alleen dan kun je zo goedkoop mogelijk het beste voor de burgers verwezenlijken. Maar samenwerking tussen mensen die ieder vanuit een eigen achtergrond werken, is al moeilijk, laat staan een samenwerking tussen de organisaties die zij vertegenwoordigen. Daarom is het zo belangrijk dat je van tevoren werkt aan een concept van gemeenschappelijkheid. De meest stabiele situatie is dat je alles tot aan de laatste letter hebt geregeld. Maar dan ben je niet meer flexibel. Het onderliggende gegeven is dat je stabiliteit en flexibiliteit met elkaar moet verzoenen.”

Eerst gemeenschappelijke basisafspraken regelen
“Als je goed kijkt naar wat er in de praktijk gebeurt bij de decentralisatie van de zorg, zie je dat in de voorbereiding op die decentralisatie er bij de verschillende partijen veel onderschatting is geweest. Daarnaast leent marktwerking zich slecht voor een doelmatige middelenbesteding in een regio: bureaucratie en markt gaan daarin niet goed samen. We moeten op zoek naar nieuwe formules voor een goed werkbare gezamenlijke infrastructuur in de regio. Een voorbeeld: bij huisvesting rond verwarde mensen spelen meerdere partijen een rol: GGZ, huisartsen, klinieken en natuurlijk het gemeentelijke beleid. Die partijen zijn gebaat bij voorafgaande gemeenschappelijke basisafspraken. Daarbij hoort ook dat je een van de partijen legitimeert voor een coördinerende rol. Dat kan de gemeente zijn, maar bijvoorbeeld ook een coördinerend orgaan of een regisseur die wordt aangetrokken. Dat zijn zaken die je echt eerst geregeld moet hebben voordat je aan het werk gaat. In de praktijk gebeurt dit vaak niet. De noodzaak om tegelijkertijd taakstellingen te realiseren én tot vernieuwing te komen leidt tot té grote tijdsdruk en slechte voorbereiding. In feite ontstaat een spel van onmogelijkheden.”

‘De dramademocratie draait bij de zorgdecentralisaties op volle toeren; het parlement ontregelt het eigen functioneren’

Dramademocratie
“Een ander onderschat punt is dat decentralisatie en maatwerk ongelijkheid opleveren. Ongelijkheid wordt al snel geïnterpreteerd als willekeur. Je ziet nu dat verhalen van individuen die in de knel komen – als gevolg van lokaal democratisch tot stand gekomen beleid – direct door de pers worden opgepikt, viraal gaan en vervolgens weer leiden tot vragen in de Tweede Kamer. De dramademocratie draait bij de zorgdecentralisaties op volle toeren; het parlement ontregelt het eigen functioneren.
Eigenlijk zou je een aantal stappen die vooraf genomen hadden moeten worden, opnieuw moeten kunnen doen:
-Voorzie beleid van uitvoerbaarheidstoetsing; geef bijvoorbeeld de Raad van State opdracht op dit punt
-Schaf oude regelgeving af; de huidige systematiek leidt tot stapeling van overgangsbeleid
-Creëer regelvrije ruimte (niet als experiment maar uit principe)
-Laat het doen van beloften op microniveau over aan degenen die op microniveau werken (doe dit door wetgeving te toetsen op uitvoerbaarheid en uitvoering te toetsen aan de bedoelingen).
We zitten nu in een situatie waarin onvermijdelijk fouten worden gemaakt, zowel op bestuurlijk als op uitvoerend niveau. Zowel bestuur als zorg zijn mensenwerk en in beide domeinen is het maken van fouten onvermijdelijk. Wanneer echter de individuele zorgverlener ‘bij wettelijk decreet’ geen fouten meer kan maken, ontstaat een onmogelijke situatie.”

Regelreflex
“Een van de belangrijke verklaringen van de slechte voorbereiding is dat de uitvoerbaarheidstoets in een stapeling van politiek/bestuurlijke compromissen en bestuurlijke/organisatorische eisen niet meer wordt gedaan. De beleidstoets – doe ik wat de bedoeling is? – wordt wel uitgevoerd, niet op regelgevingsniveau maar op microniveau; de individuele verpleegkundige wordt aangesproken op de belofte van de parlementariër.
De huidige wet- en regelgeving creëert verwachtingen die niet te realiseren zijn. De onmogelijkheid om die verwachtingen waar te maken leidt tot een ongezonde regelreflex: ‘Laat de overheid het maar regelen’, alsof de uitvoeringsorganisaties schuld hebben aan de huidige problemen. Het is juist andersom: dankzij hen gaat er gelukkig nog veel goed in deze moeilijke omstandigheden.
Er is ook weinig rekening gehouden met het feit dat verhoudingen horizontaal zijn ingericht, er snelle communicatielijnen via social media zijn en we geen collateral damage accepteren. Die context verdraagt zich niet met die politieke en bestuurlijke beloftes eerder in het proces.”

Kleine communities
“Ik geloof dat we in zaken als energie en zorg naar kleine communities gaan die zaken zelf regelen in een coöperatieve vorm: op zich relatief onafhankelijk, maar wel onderling afhankelijk in het grotere verband. In dergelijke verhoudingen moet iedereen de bereidheid hebben om wat in te schikken.
De regelreflex in Den Haag is moeilijk te beteugelen, maar de inventiviteit in de regio’s om regels op een eigen manier te interpreteren zal toenemen. De toekomst is dat nogal wat regelgeving tegen z’n grenzen aanloopt en verstrikt raakt in z’n effecten. Kijk naar de wijkteams: hoe ga je om met bijvoorbeeld GGZ-dossiers? Het is toch ondenkbaar dat een gemeenteambtenaar die zomaar kan inzien terwijl de zorgprofessional wordt aangesproken op het handhaven van privacyregels.
De grote vraag is: wat moeten we noodzakelijkerwijs standaardiseren om meer ruimte te bieden zodat mensen hun werk goed kunnen doen en wat moeten we vooral overlaten aan kleine communities die zaken prima zelf kunnen regelen.”