Organisatie

De Coronacrisis is een stresstest geweest voor de Nederlandse gezondheidszorg. Professionals en organisaties zijn dit voorjaar overeind gebleven maar dat heeft veel bloed, zweet en tranen gekost. Toen de vloedgolf zich terugtrok, ontstond ruimte voor reflectie. En konden we ons verbazen over het improvisatievermogen van professionals en de acceptatie van alternatieve oplossingen.  De gezondheidszorg kreeg meer waardering dan ooit. Maar er waren ook fouten en tekortkomingen. ‘De coronacrisis brengt de grenzen van onze huidige verzorgingsstaat aan het licht,’ aldus Jet Bussemaker, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

Tijdens het twintigste Senecacongres staat de ‘nieuwe waardering’ van de gezondheidszorg centraal.  Er was de afgelopen maanden veel applaus voor zorgverleners en het thema honorering staat opnieuw in de schijnwerpers. Maar elkaar waarderen betekent ook elkaar de verantwoordelijkheid geven en vertrouwen. De aanpak van Covid-19 heeft namelijk bewezen dat dit kan.

In de aanloop naar het congres medio september hebben de sprekers stellingen op tafel gelegd waaruit duidelijk wordt dat er een breed gedeelde wens is om te leren van de ervaringen van de afgelopen maanden. Tegelijk geven de sprekers aan dat ‘oude’ problemen niet zijn opgelost. Dat ze juist scherper en soms schrijnender voelbaar zijn. Tekorten op de arbeidsmarkt, invloed van verpleegkundigen, de niet gehoorde stem van patiënten en cliënten, betaalbaarheid van de zorg. Allemaal knelpunten die nog steeds om een antwoord vragen. Of zoals Sophia de Rooij, voorzitter raad van bestuur van Medisch Spectrum Twente samenvat: ‘De coronacrisis is een experiment dat ons leert hoe we met (toekomstige} schaarste moeten willen en kunnen omgaan.’ Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau, zegt het om de discussie los te maken even zwart-wit: ‘De coronacrisis is een incident en verandert niets aan de economische vooruitzichten voor de langere termijn’.

Het is ook een kwestie van perspectief. Van kijken naar wat dichtbij zichtbaar is en wat voor de lange termijn noodzakelijk wordt geacht. Romke van der Veen, hoogleraar sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit: ‘Bij de coronacrisis gaat het om een tijdelijk antwoord om zoveel mogelijk de dan benodigde zorg te kunnen leveren, voor het reguliere zorgbeleid gaat het om de vraag hoe voor de lange termijn een breed, toegankelijk en betaalbaar zorgsysteem overeind te houden’.

Een aantal sprekers waarschuwt ervoor om de huidige crisissituatie niet te beschouwen als een nieuwe werkelijkheid. Tegelijk is er de wens om het gevoel van saamhorigheid dat opkomt in een crisis, vast te houden. ‘In extreme situaties zoals rampen worden mensen solidair en weerbaar. Dat komt door groepsdynamiek die ook in “normale” groepen aanwezig is,’ aldus Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie. ‘Samenredzaamheid moet in plaats komen van zelfredzaamheid. We maken nog lang niet genoeg gebruik van de bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen,’ stelt Jan Smelik, een van de oprichters van Austerlitz Zorgt. 

Verschillende partijen hebben via onderzoek een vergrootglas gericht op thema’s die zich haast automatisch opdringen. Zo hebben de HR-deskundigen van Vernet, FWG, PGGM en IZZ geïnventariseerd hoe je gezonder kunt werken in de gezondheidszorg. De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving heeft onderzocht hoe bestuurlijke keuzes de afgelopen tijd tot stand zijn gekomen en constateert dat burgers teveel buitenspel zijn gezet. De Raad pleit voor ‘adaptief besturen’. Dat betekent dat je afstand neemt van de rechtlijnige beheersmodus en  accepteert dat complexiteit en onzekerheid bij besturen horen en dat je burgers nodig hebt voor het formuleren van creatieve oplossingen. Ook Hans Brug, directeur-generaal van het RIVM, geeft aan dat ‘onzekerheid’ nu een ‘zekerheid’ is en dat we ‘lerend evaluerend’ moeten handelen in plaats van lineair denken en werken.

Als Covid-19 ons leert dat zaken in de zorg echt anders moeten, wat heeft dan prioriteit? Er heeft een herwaardering plaatsgevonden van elkaars kundigheid. En dat maakt dat ‘verdergaande samenwerking tussen organisaties en professionals’ het thema is dat het meest wordt genoemd door de sprekers. Organisaties moeten hun overlegstructuren herinrichten om beter samen te werken,’ is de visie van Sophia de Rooij. Zij wil een nieuwe regisseur die regionale samenwerking in goede banen leidt. ‘Meer samenwerken in de regio’ is ook het motto van Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg. ‘Grenzeloos samenwerken is belangrijker dan ooit’, zegt Hans Brug. Romke van der Veen zet de prioriteiten aldus op een rijtje: ‘Uitgangspunt voor het zorgbeleid moet zijn: de juiste zorg op de juiste plek en een beheerst gebruik van zorg. Dat roept vragen op over samenwerking, financiering, ontschotting, regionalisering, digitalisering, de arbeidsmarkt in de zorg en pakketgebruik.’ Adviseur en hoogleraar ondernemingsrecht Jaap Winter kijkt alvast naar wat er nodig is om meer samenwerking een impuls te geven. ‘Samenwerking van instellingen in netwerken vraagt een eigen governance inrichting en een revisie van het mededingingsrecht.’

De prioriteiten worden tevens bepaald door de groeiende zorgkloof tussen enerzijds de toenemende steeds veelkleuriger vraag naar zorg en de opdrogende arbeidsmarktvijver.

Nadat de donderdagochtend van het congres gewijd is aan het opmaken van de balans na alle Covid turbulentie, zal vanaf donderdagmiddag de aandacht uitgaan naar de uitdagingen die voortkomen uit die zorgkloof.

Donderdagavond is er een bijzonder intermezzo met de voorstelling van Ramsey Nasr ‘Maak van fundamenten geen ornamenten; de kracht van de authenticiteit van een gedreven mens.’ Waarna de deelnemers zich vrijdagochtend zullen buigen over de oplossingsrichtingen. Hoe pak je de veranderingen procesmatig aan en wie zijn daarbij de sleutelfiguren? Is er een derde weg? Kunnen we vijf adviezen formuleren voor de nieuwe coalitie die aantreedt na de verkiezingen volgend jaar?

Volgens Anouk op ’t Veld, zelfstandig adviseur en voormalig partner van bureau AEF, ligt de belangrijkste sleutel bij de professionals.  ‘We zijn te vroeg gestopt met decentraliseren. we moeten door-decentraliseren naar de relatie tussen professional en patiënt”. In die relatie vinden uiteindelijk de meest fundamentele keuzes plaats. De visie van Jan Smelik ligt in het verlengde daarvan. Hij zal de zaal voorhouden dat de Derde poot, de gemeenschap, een antwoord kan zijn op de groeiende zorgkloof. ‘We hebben ‘niet meer zorg’ nodig, maar ‘juist minder’. ‘Om een duurzaam zorgstelsel te realiseren moeten we nu investeren in een gezonde samenleving,’ aldus Smelik.

Als het aan hoogleraar acute ouderenzorg Bianca Buurman ligt, vindt een herdefinitie plaats van de beroepen. ‘We moeten weer meer vertrouwen op professionele autonomie en daarom minder registreren en meten.’ In het bijzonder wijst zij op de noodzaak van gelijkwaardigheid in de relatie tussen medici en verpleegkundigen.

Bestuursvoorzitter Joep de Groot van CZ wil meer aandacht voor transformatie en voor gezamenlijke doelen van zorgverleners en zorgverzekeraars.  De tijd van eindeloos praten is volgens hem voorbij en dat geldt ook voor het streven om er met iedereen ‘uit te komen’. Vanwege alle tegengestelde belangen lukt dat niet. ‘Tijd om zoek te gaan naar de ‘zwaardslag’: niet door een alles omvattend plan maar op een meer ondernemende manier met partners die elkaar scherp houden en ruimte bieden voor transformatie.

Sommige veranderingen zullen zich voltrekken of we het willen of niet. ‘We leven in de tijd van het digitaal darwinisme: wat digitaal kan, wordt digitaal en dat geldt ook voor onze gezondheid,’ signaleert futuroloog Willem Peter de Ridder.